karate en budo
logo Makoto Press

Makoto Press

Verslag McCarthy-seminar KBN 2003


Karatedo

boek - geschiedenis van het karate in Nederland

Ook benieuwd hoe het karate in Nederland is ontstaan? Er is nu een boek verschenen bij Makoto Press dat het verhaal vertelt van de pioniers. Een verhaal dat door de grondleggers zelf wordt verteld. Lees hoe het kyokushin, shotokan, wado, kempo, gojukai en gojuryu vanaf 1960 hun entree hebben gemaakt in Nederland en België. Lees hoe het sportkarate de stijlen samen wist te brengen en hoe het wedstrijdkarate zich verder ontwikkelde.

Hardcover uitgave (beperkte oplage), veel nieuw fotomateriaal en 20 interviews met de grondleggers van het Nederlandse karate, 350 pagina over de introductie van Oosterse gevechtskunst in Nederland rond 1900, het judo als voorganger van het Nederlandse karate, de geschiedenis van de stijlgroeperingen, persoonlijke geschiedenissen, rivaliteiten, conflicten en samenwerking, organisaties die worden opgericht en weer verdwijnen, de opkomst van karate als wedstrijdsport, de introductie van het taekwondo en kobudo, de plaats van budo binnen de Nederlandse vechtsporten, en het ontstaan van full contact en kickboksen vanuit het karate.

Hardcover uitgave (beperkte oplage), kostprijs TIJDELIJK € 25 - (exclusief € 6,95 Post NL en € 1 verpakkingskosten).



Meer info:


Een eerdere versie van onderstaand artikel is gepubliceerd in het blad de Taiko in 2003.

Verslag Seminar Patrick McCarthy door André ter Veer


McCarthy-seminar1 Het lijkt alweer lang geleden dat Patrick McCarthy op uitnodiging van mijn vriend en leraar Harry de Spa voor het eerst in Nederland kwam om een stage te geven in maart 1995. Het zou een gedenkwaardige week worden en zelden heb ik in een week zoveel karate-indrukken te verwerken gekregen. De IRKRS (de International Ryukyu Karate Research Society) bestond nog niet zo lang en kende net zijn eerste nieuwsbrief. De grote successen moesten nog komen. De vertaling en toelichting van de Bubishi (ook wel de ‘Bijbel’ van het karatedo genoemd en één van de oudste teksten uit Okinawa) die hem in karate-land wereldberoemd zou maken was slechts verkrijgbaar als gestencilde versie evenals andere publicaties die pas in 1999 in de reeks “Ancient Okinawan Martial Arts, Koryu Uchinadi” het licht zouden zien. Het was de eerste Europese tour en Nederland was het eerste land dat hij aandeed. De stage was perfect georganiseerd, zoals alle stages die Harry organiseerde, met zijn vrouw Miriam onzichtbaar maar onmisbaar op de achtergrond. Onder het mom van “bunbu ichi” (de pen en het zwaard zijn één) begon het stage-weekend op vrijdagavond met een lezing. Honderden karateka waren uitgenodigd voor de lezing en de stage maar het was maar afwachten wie er zouden komen. De sfeervolle feestzaal van café Groenewoud op de hoek van de Groesbeekseweg en de Postweg zou die avond afgeladen zijn met ruim honderd geïnteresseerden, waaronder Rob Zwartjes en Wim van de Leur die als eregasten waren uitgenodigd. Voor de gelegenheid waren er 100 exemplaren gedrukt van de lezing die als zoete broodjes van de hand gingen (als je nog een exemplaar hebt: wees er zuinig op het zijn collectors items). Hoezo alleen maar in je pak staan? Een van de mooiste momenten van de stage deed zich voor na afloop van de lezing, waar McCarthy als sensei en karate-enthousiast het toch niet kon laten om zijn verhaal toe te lichten en in zijn inmiddels bekende tempo in 10 minuten meer toepassingen de revue liet passeren dan menig karateka in zijn karate-leven weet te verzamelen. Wie nog niet overtuigd was van zijn kunde en kennis ging alsnog overstag.

McCarthy-seminar2 Eind 2002 gaf Patrick McCarthy wederom een stage in Nijmegen. De opleiding van de KBN, waar ik samen met Gertjan Martens cursusleider van ben, draaide mede dankzij een fantastische groep docenten naar tevredenheid en we wilden graag McCarthy als docent betrekken bij de opleidingen. Het was een logische volgende stap om onze visie op de opleiding binnen de KBN gestalte te geven. Ons voorstel viel in goede aarde en in de volgende maanden werd er flink heen en weer gemaild en werden er afspraken gemaakt. Om de stage te promoten schreef ik een artikel voor de Taiko (zie Taiko 83 “The life and times of Patrick McCarthy”) en met behulp van het bondsbureau werd een en ander georganiseerd. Op zaterdagochtend 29 november 2003. was het zover en konden we Patrick McCarthy als mystery gast verwelkomen op de Assistent Leraar Opleiding waar hij voor 23 cursisten twee uur lang een presentatie gaf van zijn visie op het oorspronkelijke karatedo, uiteraard weer toegelicht met de nodige praktijkvoorbeelden uit kata van Chinto tot Unsu, Naihanchi, Niseishi en Kururunfa en noem maar op. s’Middags en de volgende zondag kon de overige leden van de KBN, die in grote getalen waren komen opdraven, genieten van zijn lessen. Zoals altijd ging dat gepaard met een paar mooie verhalen, de nodige humor en wat onnavolgbare bungai (toepassingen) die hij deze keer demonstreerde met zijn voortreffelijke assistent Kurt Graham. Het mooiste aan een dergelijke stage zijn altijd weer de reacties van al die karateka die zich opnieuw laten inspireren en wederom laten verrassen worden door de enorme variatie en diepgang. Wat dat betreft zijn alle mensen hetzelfde. We zijn allemaal anders, maar we delen in onze training dezelfde fascinatie. Je ziet iedereen aandachtig kijken en oefenen en genieten, en voor je het weet is het weekend weer voorbij. Net als acht jaar eerder is het een weekend geweest om niet gauw te vergeten. De cirkel is weer rond.

Na afloop van de stage was er nog een gelegenheid voor een kort interview, maar waar moet je beginnen met je vragen bij een leraar die zo veelzijdig is en zoveel heeft te vertellen?

Interview Patrick McCarthy

Sensei, om te beginnen wil ik u graag uit naam van alle deelnemers bedanken voor de uitzonderlijk stage van dit weekend. Voor veel deelnemers was dit de eerste kennismaking en wat me opviel was dat velen hun verbazing uitspraken over het feit dat het koryu, de oude en oorspronkelijke gevechtskunst van Okinawa, door het gebruik van klemmen en grepen en verwurgingen zoveel gemeen heeft met het jiu-jutsu. Zou u dit kunnen toelichten?

McCarthy-seminar3 André, ik zou het fijn vinden als je me gewoon Patrick noemde. Ik hecht niet zoveel aan titels. Titels en de juiste formele wijze om iemand aan te spreken zijn vooral in Japan erg belangrijk. Als westerlingen onder elkaar geef ik bij een interview de voorkeur aan een informele sfeer. Wat betreft de vraag die je stelt, moet je weten dat in het oude Okinawa verschillende krijgskunsten werden beoefend. Vaak wordt het uitgelegd alsof vanuit China een vorm van boksen werd geïntroduceerd, quanfa of kempo genaamd, en wat vaste vormen, die in China bekend stonden als hsing en in Japan kata werden genoemd. Naast dat Chinese boksen, dat vooral is gericht op impact, kende men echter ook het tegumi, een aparte traditie die gericht was op worstelen en grondwerk. Daarnaast was ook het chinna vanuit China geïmporteerd. Chinna kennen we in Japan als kyusho-jutsu of tuite-jutsu, een vorm van krijgskunst die gebruik maakt van de kennis van drukpunten en medische kennis. De kata komen vooral uit het quanfa van Zuid-China (de provincie Fukien) en vormen vooral een encyclopedie van principes en toepassingsvormen (bungai). Daarnaast kende men op Okinawa allerlei wapens zoals zwaard, speer etc. Je zou kunnen zeggen dat binnen het tode (het Okinawaanse karatedo) vijf krijgskunsten samenkomen: Aziatisch boksen, tegumi, chinna, quanfa en wapens. In de overgang van het Okinawaanse karate naar Japan zien we dat eigenlijk alleen het boksen en de kata werden doorgegeven en dat zaken als grappling verloren zijn gegaan binnen de karate-systemen. In Japan zien we precies het omgekeerde en zijn de grappling-systemen de vaste vormen kwijt geraakt. Aan de ene kant zien we kata zonder grappling, aan de andere kant, grappling zonder kata.

Zou je dan kunnen zeggen dat kata geformaliseerde zelfverdediging is?
Ik zou het iets anders willen formuleren. Kata leert je niet wat zelf-verdediging is, aangezien door een solo-oefening geen contextuele basis mee wordt gegeven. Dat wil zeggen dat je door alleen vorm (kata) te beoefenen nog niet weet welke zelfverdedigingsprincipes binnen de kata worden behandeld en in welke situaties die principes toepasbaar zijn. Het is veel meer zo dat kata een samenvatting geeft van de lessen in verdediging die je al eerder hebt geleerd. Ik heb ook een theorie hoe de kata zijn ontstaan. Om te beginnen heeft men altijd gezorgd voor een veilige omgeving waarbinnen de gewelddaden kunnen worden herhaald en bestudeerd. Van daaruit kun je je taktiek en strategie gaan bepalen om op de aanval te reageren. Dit zijn de bungai. Als je vervolgens de aanvaller weg haalt uit de partneroefening houdt je een solo-uitvoering over met een verdedigend thema. Het enige wat je dan nog hoeft te doen is er een geometrische choreografie op los te maken en je houdt kata over, een geritualiseerde solo-oefening. Voor zelfverdediging is het vooral van belang dat je de principes bestudeerd waarop de klassieke kata berusten. De enige reden dat karatedo vandaag de dag nog bestaat als een kunstvorm is omdat de kata bewaard zijn gebleven en doorgegeven.

Door mijn jaren van onderzoek en studie ben ik tot de conclusie gekomen dat de vroege pioniers van zelfverdedigingssystemen een analyse hebben gemaakt van de mogelijke aanvallen die je op straat kunt verwachten. De Chinezen wisten dit terug te brengen tot 36 klassieke aanvallen. Door gebruik te maken van ervaringskennis werd voor elk van deze aanvallen een of meerdere wijzen van verdediging gevonden. Inventariseren van mogelijke aanvallen (HAPV: habitual acts of physical violence), gebruik maken van een doordachte strategie (TS: tactical strategy), toegepaste wetenschap (AP: applied science), kennis van anatomie en fysiologie (), en toepassen van pedagogische principes (PP: pedagogic principles), ziedaar de vijf elementen die het karate maken tot wat het is. Geen geheimen, geen mysteries.

Dat klinkt allemaal vrij logisch.
Sinds jaar en dag probeert men het karatedo en quanfa te verbergen onder een mystieke geheimzinnigheid als een geheime kunst waarvan alleen maar een paar Chinezen of Japanners het fijne weten. Eén van de grootste mythes die men steeds weer wil bevestigen is dat je een Japanner moet zijn om het karatedo echt meester te worden. Dit is eenvoudigweg niet waar. Het is gewoon toegepaste wetenschap die iedereen kan leren. Door een en ander ook nog te verbinden met zen-boeddhisme of verhalen over een veraf gelegen Shaolin klooster dat 1500 jaar oud is wordt het allemaal nog waziger. In feite liggen de wortels van het huidige karatedo in het quanfa van het Zuid-Chinese Fukien dat met name gedurende de negentiende eeuw naar Okinawa werd gebracht. Rond 1900 is dat karate-jutsu beïnvloed en veranderd door de Japanse budo-cultuur, ingebracht in het schoolsysteem van Okinawa, en doorgegeven in Japan. Van daaruit heeft het zich over de wereld verspreid en kent het inmiddels enkele miljoenen beoefenaren over de hele wereld. Vandaag de dag dient het karatedo nog steeds als methode voor zelf-verdediging, als gedisciplineerde levenshouding, als unieke vorm van fitness-beoefening, als competitieve sportbeoefening en als commerciële industrie. Door de verschillende onderdelen te bestuderen zijn we steeds beter in staat vast te stellen wat karatedo nu wel is en wat niet. Het fascinerende aan die zoektocht naar de geschiedenis en ontwikkeling van deze traditie, is steeds weer dat je zoveel kunt leren van al die leraren die ons zijn voorgegaan. Want hoe kun je meer begrip krijgen van het karatedo dan door in de voetsporen te treden van de pioniers die het hebben vormgegeven?